Review van Lesgeven vanuit je hart – Bar Linders

In een eerdere blogpost schreef ik al dat ik uitkeek naar het boek van Bar Linders. Inmiddels heb ik het ontvangen (dank je Bar!) en gelezen. In deze blogpost een korte review.

Wie Bar volgt op LinkedIn weet dat ze altijd vol liefde schrijft over wat ze in het klassen meemaakt. Ze beschrijft de pubers heel treffend en op nuchtere wijze laat ze zien wat zij als docent in de klassen doet om die nukkige pubers de ruimte te geven, van repliek te dienen of gewoon even te knuffelen. Het is duidelijk dat ze volledig zichzelf is als docent, en daarbij ook nog steeds docent. Want haar pubers gaan we degelijk aan de slag, en haar lessen zijn ondanks de ruimte die leerlingen krijgen geen bezigheidstherapiesessies. Dat ze veel ervaring heeft voor de klas is gelijk duidelijk. En nu is er dus een boek, waarover ze zegt: “Ik geloof dat je het onderwijs alleen kunt veranderen vanuit de docenten en de leerkrachten die voor de klas staan. Vanuit hun onderwijshart kunnen de jongeren van nu zich gaan ontwikkelen tot volwaardige deelnemers aan onze maatschappij. Dit boek is bedoeld als inspiratiebron voor docenten, leerkrachten en studenten van de lerarenopleidingen. Het is geen theorieboek: ik heb gebruikgemaakt van mijn eigen ervaringen in de afgelopen 20 jaar, in het VO, mbo en hbo, die zorgen dat ik nog steeds met veel plezier voor de klas sta.”

Juist die ervaringen maken het boek krachtig. Toegegeven, hier en daar zit er wat herhaling in en lees je dezelfde dingen, en een extra tekstredactieslag had geen kwaad gekund, maar dat is ook wel weer charmant. De bedoeling van het boek is duidelijk, en als je een doorwrocht academisch werk wil, moet je dit boek gewoon lekker laten liggen. Toch heeft het boek wel degelijk een link met theorie, al legt Bar die zelf niet.

Het boek draait om contact maken met leerlingen. “Contact maken met de jongeren die voor je zitten is de basis die je elke dag weer mag leggen om van daaruit jongeren te motiveren om te leren, te inspireren om iets van het leven te maken en te begeleiden bij het ontdekken en ontwikkelen van kwaliteiten en talenten.” Benaderbaar zijn, kwetsbaar zijn, veiligheid, warmte en vertrouwen zijn de ingrediënten voor lesgeven vanuit je hart. Om dat goed te kunnen doen, moet je volgens Bar je organisatie op orde hebben, want pas dan kan je in contact met je klas aan de slag zijn. De organisatie bestaat uit drie onderdelen, en die staan centraal in het boek. Per onderdeel is er een hoofdstuk en elk hoofdstuk kent dezelfde opbouw: IK, in het lokaal, tijdens een opdracht, de individuele leerling, in de praktijk en tot slot het werkgedeelte JIJ. In dit werkgedeelte staan wat reflectieve vragen en opdrachten die je in je eigen klas zou kunnen gaan doen om het betreffende onderdeel van de organisatie te integreren in je eigen lespraktijk.

De onderdelen zijn: een positieve benadering, het bieden van een kader en het geven van ruimte (Menig student van de lerarenopleiding zou hier wel iets in kunnen herkennen rondom autonomie, competentie en relatie, of het werken met ipv werken voor klassenklimaat, en zelfs Rogers’ Classroom Behavior komt deels terug). Ik vond het inspirerend om te lezen hoe Bar deze onderdelen stopt in haar lessen, en het sterkt me als opleider weer met wat concrete voorbeelden om te delen met studenten die het af en toe best moeilijk vinden om de controle los te laten, of die denken dat zij in de klas continue de leerlingen achter de broek moeten zitten om aan de slag te gaan. Soms kijken ze me erg sceptisch aan als ik iets roep als ‘het is niet erg om een leerling het eens toe te staan aan een andere vak te werken, als je maar goede afspraken maakt’. Bar geeft legio voorbeelden van welke opties je als docent hebt. En, het opent je de ogen naar de leerlingen, ze helpen je de leerlingen echt te zien (En dat is echt iets wat we bij ons op de opleiding hoog in het vaandel hebben staan).

Voor mijn studenten vind ik de werkopdrachten ook fijn. Ik zou er zomaar een paar in mijn eigen opleiders-repertoire op kunnen nemen, zoals de opdracht over het benaderen van een ‘lastige’ leerling. Hierbij denk je eerst aan de leerlingen waarbij het je goed lukt om ze positief te benaderen, en daarna ga je denken aan wat je bij die lastige leerling anders zou kunnen doen en welk effect dat zou kunnen hebben. Vervolgens ga je er mee aan de slag.

Is het nu zo dat Bars lessen vol chaos zitten en leerlingen mogen doen wat ze willen en niks van haar vak leren? Integendeel. In alle voorbeelden die ze geeft is duidelijk dat het inhoudelijke doel belangrijk is, maar dit doel is niet het uitgangspunt van handelen. De leerlingen zijn uitgangspunt en daardoor is het inhoudelijke doel voor iedereen te bereiken zonder energieverlies.

Ik zou het boek aanraden aan docenten en studenten die zichzelf te druk maken om alles wat ze moeten controleren. Als ze bang zijn om zich kwetsbaar op te stellen en als ze bang zijn om leerlingen de ruimte te geven. Ik ga het boek zelf gebruiken in mijn werk als opleider. Niet als bron, wel als inspiratiebron. Als de woorden ruimte geven, positief benaderen en kader bieden je irriteren omdat vakinhoud niet als hoogste genoemd wordt, lees het boek dan lekker niet. Vraag jezelf dan wel af hoe jij onderwijs geeft: vanuit angst en controle of vanuit je hart?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *