Amber Walraven’s Research and Teaching

All about my research and the courses I teach

De leerling centraal levert in elk geval een mooi gesprek op :-)

May 28, 2014 by · No Comments · educational debate, students

Vanmorgen opende ik Twitter en zag een tweet van @RonaldBuitelaar. Hij deelde een interview met Paul Rosenmöller (voorzitter VO-raad) in Trouw. (Het artikel staat natuurlijk ook in Blendle. Ronald pikte met zijn tweet: in Trouw: ‘De structuur van de school zou de leerling moeten volgen’ deze passage er uit:

“De docent is cruciaal, maar de leerling zou veel meer centraal moeten staan in het onderwijs. We hebben nu de neiging om jongeren door de structuur van de school te douwen. Maar de structuur zou de leerling moeten volgen. Als ik op scholen vraag of we veel talent laten lopen, antwoordt men in koor: jááá, natuurlijk! Daar ben ik enorm van geschrokken. We moeten de talenten van leerlingen meer aanspreken.”

Ik reageerde met: eens. In project #excelkwadraat hebben we hiervoor 1e zaadje gepland. En weten meteen wat praktijk tegenhoudt.
En toen ontstond een mooie discussie. Deze kunnen jullie natuurlijk nalezen op Twitter. In deze blogpost pik ik er een paar tweets uit, en geef mijn reactie, in meer dan 140 tekens.

Arjan van der Meij gaf aan dat de leerling regelmatig niet centraal zou moeten staan, en ‘olijven moet leren eten’. ‘De leerling centraal’ roepen is volgens hem te gemakkelijk, en onderwijs onwaardig. Het ligt namelijk ingewikkelder.

Ik ben het in zoverre met Arjan eens dat ‘de leerling centraal’ een vaak inhoudsloze kreet is. Men roept het vaak, zonder te kijken naar onderwijs, doelen en organisatie. Vaak stelt men het ook gelijk aan vrijheid-blijheid. Ik ben het ook eens met het ‘olijven eten’. Sommige dingen moeten je leren, soms hebben die dingen een nare smaak, maar uiteindelijk leer je ze waarderen. En, je hebt iemand nodig die je de olijven aanreikt.
Wat voor mij ‘de leerling centraal is’ is het loslaten van voorgeschreven tempo en het loslaten van alleen en altijd groeperen op leeftijd. Toegegeven ik weet nog niet hoe we dit kunnen doen in het vo, maar ik ga er graag mee bezig! In het project Excel Kwadraat, dat loopt in de kleuterklassen en groep 3 van het po, zijn we bezig met ‘onderwijs op niveau’. We richten ons hierbij in eerste instantie op begaafde leerlingen, maar de uitwerking is gelijk voor alle leerlingen. Het idee is dat leerlingen in eigen tempo door de stof heen gaan. Als ze een cognitieve voorsprong hebben, en in groep 1 al toe zijn aan leren lezen, dan zeggen wij: leer zo’n kind lezen, en laat het niet wachten tot het in groep 3 zit. En als een kind in groep 4 zit, maar met rekenen voorloopt en eigenlijk functioneert op niveau van groep 5, waarom kan zo’n leerlingen dan zijn rekenonderwijs niet volgen op groep 5 niveau? In de huidige schoolorganisatie is dit lastig, want leerlingen zitten altijd met leeftijdsgenootjes in de klas, en bijvoorbeeld materiaal van groep 3 en 4 is niet aanwezig in groep 1 en 2. Als je de school anders organiseert, en leerlingen in hun eigen tempo en op eigen niveau de school laat doorlopen, voorkom je allerlei gedragsproblemen. En ja, dat vereist een grote verandering. Soms ‘breng je de stof naar de leerling’ en soms ‘breng je de leerling naar de stof’. Er is geen standaard recept. Je bekijkt de situatie per kind. Maar, je hebt als school opties, en weet wanneer je welke optie gaat inzetten, en op basis waarvan je dat bepaalt.

Betekent dat een pleidooi voor chaos? Allerminst. Het is een pleidooi om eens te kijken of en hoe vo-scholen leerlingen op hun eigen niveau (kunnen) bedienen, en welke organisatievorm dit het beste kan faciliteren. Want, in hoeverre wordt er nu gedifferentieerd? In hoeverre kunnen leerlingen die in havo 4 zitten bijvoorbeeld sneller door de stof van vakken waarin ze beter zijn heen? Of kunnen ze bijvoorbeeld 1 vak op vwo niveau volgen? Zoals Carla Desain zei: En de lln die olijven WILLEN, maar witbrood&jam krijgen, want ‘olijven komen volgend jaar?

Leeftijdsgebonden klassen waren volgens Arjan en Toos de Rijk noodzakelijk. Want we zijn groepsdieren, en groepsgevoel en elkaar helpen zijn van belang.
Mijn inziens kun je zoiets ook prima realiseren in groepen die niet zozeer leeftijdsgebonden zijn, maar waarin iets anders de leerlingen bindt, zoals interesse of cognitief niveau. En, je zou met bepaalde vakken als tekenen, muziek, lichamelijke opvoeding natuurlijk prima leeftijdsgebonden kunnen werken. En, vergeet niet dat over het algemeen leeftijd een prima groeperingsvorm is. Maar er moet ruimte komen in de organisatie om het ook anders te kunnen doen! Over dat ‘bij elkaar blijven voor lange tijd’ maak ik me dus geen zorgen. Claire Ohlenschlager zei het mooi: groepsgevoel en elkaar helpen is niet gebonden aan zelfde leeftijd, toch?

Michelle Haarman voegde toe: ik heb ook llen die makkelijk al een klas of niveau omhoog kunnen maar waarbij het niet kan of ze niet willen. Dus doen ze…..Met klasgenoten mee. Zou je ze dan als groepje ander werk geven? What about groepsgevoel, voortrekken, extra werk/controle?
Kijk, als leerlingen er geen problemen mee hebben, niet gedwongen onderpresteren, en niet naar een ander niveau willen, dan is er natuurlijk niks op tegen als ze met klasgenoten mee doen. Het gaat tenslotte om de leerling, die centraal staat ;-). Maar, als de leerling dit wél wil, dan moet je als school weten welke opties je hebt, en wanneer je welke keuze maakt. En, als het op een school normaal is dat iedereen op eigen niveau werkt, dan heb je geen groepjes met ander werk, trek je niemand voor.

Arjan (scherp als altijd) stelde een goede vraag: Is het dan ook OK als iemand zegt: “Ik wil ff niks, ik ga een klas lager kijken?”
Ik had (en heb waarschijnlijk) geen goed antwoord op deze vraag. Maar ik denk er voor nu zo over: net zo min als dat je per dag zou moeten bepalen of je wel of geen niveau hoger aankan, moet je niet met de nukken van de dag meegaan en een leerling plots 1 dag op een niveau lager laten werken. Ik vind ook dat een leerling dit niet alleen moet bepalen. De school bepaalt de peilpunten en tijdstippen en de criteria voor het’overstappen’ naar een ander niveau. En in overleg met leerling en ouders (afhankelijk van leeftijd leerling) wordt bepaald of de overstap ook daadwerkelijk gemaakt gaat worden. Het is dus zeker niet een kwestie van vandaag heb ik even geen zin.

Kan dit in het VO? Is het een utopie? Wat betekent het voor alle actoren in en rond een school? Vanuit ons werk in het po denk ik iets te kunnen voorspellen over het vo. Maar liever ga ik het gewoon eens doen….

Wie doet er mee?

Tags: ···

Een eigentijds curriculum of…hopeloos ouderwets?

May 19, 2014 by · 2 Comments · Uncategorized

Ik las vandaag het adviesrapport van de Onderwijsraad: Een eigentijds curriculum.
Ik moet eerlijk zeggen: ik heb het niet helemaal gelezen. Ik kón het niet helemaal lezen. Ik werd er namelijk heel boos en teleurgesteld van. Misschien lees ik het nog eens, als het minder warm is….

Ik geef toe, ik selecteer even een paar stukken uit de tekst, en geef in deze blog geen overkoepelende reactie. Vast ook geen weloverwogen… maar ik moet dit gewoon eerst even kwijt.

De vragen waarop dit advies een antwoord moet geven zijn: (a) legt het huidige curriculum voldoende basis voor later persoonlijk, maatschappelijk en beroepsmatig functioneren; en (b) op welke wijze zou de overheid moeten sturen op de inhoud van het curriculum en welke ruimte zou daarbij moeten worden gelaten aan het onderwijsveld?

Het rapport begint met:
Dit advies richt zich op de vraag hoe ervoor gezorgd kan worden dat het curriculum nu en in de toekomst voldoet aan eigentijdse eisen, zodat jongeren een stevige basis wordt geboden voor hun persoonlijk, maatschappelijk en beroepsmatig functioneren.

Binnen het Nederlandse onderwijsstelsel is op dit moment niet voorzien in een systematische vernieuwing van het curriculum. Hierdoor vinden noodzakelijke (vak)vernieuwingen vaak niet, te laat of te geïsoleerd plaats. Er is bovendien onvoldoende samenhang in het curriculum, zowel tussen vakgebieden als tussen onderwijssectoren. Juist het toenemende belang van de zogenoemde 21ste-eeuwse vaardigheden laat de kwetsbaarheid van het onderwijs zien. De raad pleit voor gerichte aandacht voor curriculumvernieuwing. Zowel scholen als overheid hebben hierin een rol.

Het zal vast aan mij liggen…maar…. is 2014 niet een beetje laat om hier een probleem van te maken? Onderwijs moest altijd al voldoen aan eigentijdse eisen, en jongeren een basis bieden. Curriculum zou altijd al systematisch vernieuwd moeten worden. Scholen die vanaf hun oprichting niks hebben vernieuwd (en langer dan, laten we zeggen een jaar, bestaan), zijn gewoon geen goede scholen. Punt. Als de overheid dat al jaren niet ziet, doet de overheid iets niet goed. Punt.

De kern van het hele advies zijn die 21ste-eeuwse vaardigheden, die zo nieuw zouden zijn. Hoe ik daar over denk, heb ik al eens eerder geroepen. Ik zal proberen in deze post niet in herhaling te vallen, maar ik garandeer niks :-)

Ik lees verder: De raad adviseert daarom een permanent college voor het curriculum in te stellen. Dit college adviseert de minister periodiek over aanpassingen die in het formele curriculum nodig zijn. De eerste herijking van het curriculum zou speciale aandacht moeten besteden aan 21ste-eeuwse vaardigheden.

Eeuhm, hallo? Waarom moeten we die 21ste-eeuwse vaardigheden apart in het curriculum opnemen? Creativiteit, probleemoplossen, communiceren, dat doe je toch gewoon, tijdens je vakinhoudelijke lessen? Het is toch niet de bedoeling dat je straks heel goed ‘los’ kunt communiceren tijdens je lessen communicatie, maar dat je bij samenwerken bij geschiedenis de basisregels weer lekker vergeet? (Onderzoek heeft aangetoond dat dergelijke vaardigheden beter ‘embedded’ dan ‘stand alone’ kunnen worden aangeboden). Gelukkig staat dat ook in het advies: Juist de 21ste-eeuwse vaardigheden hebben een vakoverstijgend karakter, terwijl ze pas betekenis krijgen als ze worden verbonden met concrete inhouden. Probleemoplossend vermogen krijgt invulling in combinatie met een specifiek historisch vraagstuk of het ontwerpen van een specifieke technische opstelling. Het zijn vaardigheden die niet aan één vak, leergebied of domein gebonden zijn, maar die wel specifieke vakken en leergebieden nodig hebben om ze betekenisvol te kunnen ontwikkelen. Het zijn bovendien vaardigheden die op elk onderwijsniveau oefening vereisen.
Maar, dan vraag ik me af: waarom een herijking van het curriculum? De oplossing is volgens mij niet een herijking van het curriculum, maar het loskomen van methodes. Leerkrachten en docenten moeten weten wat ze hun leerlingen willen meegeven naast de vakinhoud, en daar dan ook bewust aandacht aan besteden als ze bezig zijn met die vakinhoud. Durf het eens op een andere manier aan te pakken. Spreek eens andere vaardigheden van je leerlingen aan!
Maar, wacht eens…. als we eens naar de kerndoelen kijken…. dan heb je ALLE kans om de 21st century skills in te bedden. Daar is echt geen nieuw curriculum voor nodig. Een voorbeeld van een kerndoel rekenen:
‘De leerlingen leren aanpakken bij het oplossen van rekenwiskundeproblemen te onderbouwen en leren oplossingen
te beoordelen.’ Uitermate geschikt om te combineren met bijvoorbeeld een 21st century skill als communicatie bijvoorbeeld. Maar ja, je moet er wel meer van maken dan een oefening ‘Is deze som goed of fout’?
Feit is echter dat ook die kerndoelen nauwelijks behaald worden. Zoals wetenschap en techniek bijvoorbeeld. Dat lukt maar weinig basisscholen, om daar structureel aandacht aan te besteden. Hoeveel scholen werken bewust aan dit kerndoel bijvoorbeeld: ‘De leerlingen leren oplossingen voor technische problemen te ontwerpen, deze uit te voeren en te evalueren.’ (En ja, ze zijn er wél hoor, die scholen!). Maar, ik vrees, en ik werd bevestigd in mijn vrees door een pabostudent, dat dergelijke kerndoelen als eerste sneuvelen, om tijd te maken voor daar waar het om draait (lees: dat wat de eindtoets toets): rekenen en taal. De oplossing lijkt mij dus niet een nieuw curriculum, maar werken aan meer vrijheid en creativiteit van leerkrachten en docenten om buiten de gebaande methodepaden te gaan! Een andere noodzakelijke oplossing: overheid, kijk nog eens naar je eindtoets en vraag je af of je deze weg echt wil bewandelen. Natuurlijk, toetsen is in orde, maar niet als je het tegenovergestelde bereikt van wat je wilt bereiken….

Nog iets uit het advies: Ze moeten kunnen functioneren in heterogene groepen (goed met elkaar omgaan, samen in teams werken, omgaan met en oplossen van conflicten); interactief gebruik kunnen maken van instrumenten (interactief gebruik van tekst, taal en tekens, interactief gebruik van kennis en informatie, interactief gebruik van technologie); en autonoom kunnen opereren (functioneren in ‘het grote plaatje’, opstellen en uitvoeren van persoonlijke ontwikkelingsplannen, verdedigen en gebruikmaken van rechten, belangen en behoeften).
Dat moesten ‘ze’ voorheen niet? Vreemd, dat ik dan bijvoorbeeld best schijn te functioneren in de maatschappij, terwijl ik dit dus allemaal niet geleerd zou hebben….

Goed, ik ben het dus oneens met het probleem. Maar ook met de oplossing! Ik bedoel een nationaal debat? Gaan we weer praten in plaats van doen. Kennisgemeenschappen? Lekker overleggen! Commissie hier, commissie daar. Dat doen we al jaren. En kennelijk is men al jaren tevreden over het resultaat, anders had men niet zo dramatisch gedaan over dat het allemaal nieuw en eigentijds moet.

Misschien kunnen we beter eens kijken naar onze manier van inspectie, en onze manier van vaststellen van ‘schoolsucces’… want laten we eerlijk zijn, scholen die wél de vrijheid nemen om onderwijs te vernieuwen krijgen maar al te vaak te horen: ‘hoe zit het met de onderwijsleertijd?’

Het kan allemaal zo mooi samengaan, goed onderwijs en onderwijsvernieuwing. Maar daar is tijd voor nodig. Tijd voor docenten om onderwijs te (herontwerpen), uit te proberen, te evalueren en voort te bouwen op succes. Tijd die men nu weer wil gaan besteden aan debatten en commissies.

Bah.

Ik realiseer me dat deze post nog niet af is. Dat ik er meer over kan zeggen. Maar dat doe ik later. Ben de eerste boosheid nu in ieder geval kwijt.

Waarom ‘digitaal onderwijs werkt niet’ een onhoudbare stelling is.

May 5, 2014 by · No Comments · educational debate, ICT in Education, research

Zijn opiniestuk in het Noord-Hollands dagblad in april 2014 eindigt Daniel Jansen met de woorden dat digitale leermiddelen leerlingen vooral op achterstand zetten. Hij begint zijn betoog met ‘Modern onderwijs is bovenalles digitaal. Opvallend genoeg wordt één vraag erg weinig gesteld: Werkt het ook? Is dat onderwijs meer dan gewoon ‘leuk’?’ Vervolgens komt hij met een aantal onderzoeken waarin die vraag (waarschijnlijk?) wél gesteld werd, en waar het antwoord in het nadeel van de ICT is. Probleem is dat hij geen bronnen noemt, terwijl hij wel stellige uitspraken doet over dat onderzoek: ‘Een laptop hindert bovendien niet alleen de eigenaar, maar ook andere studenten die het beeldscherm kunnen zien. Ook dat heeft onderzoek overtuigend uitgewezen.’ Noem man en paard denk ik dan. Uit welk onderzoek bleek dat en in welke context? Welke methode werd gebruikt, welke instrumenten, wie waren respondenten?

Onderzoek naar effectiviteit van ICT is nu eenmaal niet eenvoudig, en maar al te vaak worden de conclusies vertaald naar een algemene waarheid, die vooral lekker zwart-wit is (werkt wel-werkt niet). Nuances die onderzoekers wel aanbrengen worden aan de kant gegooid, en tegelijkertijd worden die onderzoekers neergezet als ideologen die alles digitaal willen, liefst zonder docenten, want die zijn niet nodig. Geen enkele van de onderwijs-ICT onderzoekers die ik ken denkt echter zo.

Wat me waarschijnlijk het meeste stoort aan dergelijke opiniestukken is het blijven vasthouden aan het mantra ‘niet-digitaal is beter want het tegenovergestelde is nu eenmaal niet vastgesteld’. Waarschijnlijk kunnen we het tegenovergestelde niet op alle gebieden en voor iedereen onomstotelijk vaststellen. Is dat erg? Betekent het dat je dan maar zo lang mogelijk moet vasthouden aan onderwijs zonder ICT, want dat werkt al jaren goed? Daarbij, digitaal onderwijs kent vele soorten en maten, je kunt dat niet allemaal over 1 kam scheren.

Jansen heeft wel een punt als het gaat om het ontbreken van goede feedback in veel oefenprogramma’s. Vaak geven deze alleen maar goed of fout, en dat is nu eenmaal niet de leerzaamste feedback. De problemen van geen aantekeningen kunnen maken en het overzicht kwijt raken door de plaatjes te vergroten is in sommige digitale oefenprogramma’s ook zeker herkenbaar. Het ontwerpen van educatieve leeromgevingen is nu eenmaal niet eenvoudig. Een goede programmeur zijn betekent niet dat je een educatieve applicatie kunt maken. Vakinhoudelijke en didactische kennis bezitten betekent niet dat je weet hoe een digitaal oefenprogramma er het beste kan uit zien.

Gelukkig weten we door onderzoek steeds meer over hoe we reeds bestaande elektronische tools didactisch kunnen inzetten(zie bijvoorbeeld werk van de Smet et al. rond de outline tool in Word voor ondersteuning bij schrijven ). Of hoe een computerprogramma leerlingen metacognitieve vaardigheden kan bijbrengen, en dat in vergelijking met echte practica leren met computersimulaties tot gelijke of betere conceptuele kennis en experimenteervaardigheden leidt.
Daarnaast weten we door enthousiaste docenten dat ict ‘iets doet’ in de klas en dat docenten allesbehalve overbodig worden.

Ook in het hoger onderwijs wordt gekeken hoe ICT gebruikt zou kunnen worden. En ja, de door de minister van OCW genoemde MOOCs zouden een mogelijke invulling kunnen zijn. Maar zijn ze toekomst of trend? (Voor het avondsymposium van 6 mei voor Komma en Dimensie nam ik hierover een korte introductielecture op) We weten het nog niet. Persoonlijk ben ik wel blij dat we er over nadenken. Een saai college wordt natuurlijk niet beter door het op te nemen en online te zetten. Maar de mogelijkheden van de techniek kunnen docenten uit dagen hun onderwijs nog eens te herzien. Gebruik maken van de bestaande technologie om te zien hoe je onderwijs er door kan veranderen. Je hoeft niet te wachten tot onderzoek iets aantoont, je kunt zelf ook onderzoek doen. En daarbij kun je je wel laten leiden door wat we wél weten, over welke kenmerken multimediale leerbronnen moeten hebben willen zij een bijdrage kunnen leveren aan het zelfsturend vermogen van leerlingen bijvoorbeeld. En dan kun je ook mooi die filmpjes die je leren skien via Youtube eens langs die lat leggen………

Misschien dat Daniel eens op een school kan gaan kijken om te zien hoe ICT wordt ingezet. En vervolgens mag hij bij mij langskomen om te horen hoe onderzoek naar ICT in het onderwijs er uit ziet, en wat deze ‘ideoloog’ nu eigenlijk echt beweert.

EDIT: op 23 mei ga ik met Daniel in debat tijdens de HO-dag
van de NCOSM!

Tags: ···

Ik heb weer wat geroepen over onderwijs….

March 26, 2014 by · No Comments · ICT in Education, research, students, Teaching

Vandaag was ik gastdocent bij de minor Kind, Leren en Media (#minorklm) van de Fontys. Ik was gevraagd ‘iets’ over onderzoek te vertellen. Ik had van te voren een padlet aangemaakt met wat onderzoeksrapporten, en alvast de prezi met korte toelichting op die onderzoeken gedeeld.
Toen ik aankwam werder er net wat vragen gezet op de padlet, leuk!

Waarschijnlijk heb ik veel te snel, veel te veel willen vertellen. Daarom even een korte blog met wat punten die ik had willen maken + enkele opvallende gebeurtenissen.

- Het is heel erg raar dat deze minor bestaat. Dat ict nog steeds als apart iets moet worden aangeboden. Dat een deel van de pabostudenten een andere minor kiest en dus weinig in aanraking komt met ict. Kom op, van de nieuwe lichting moeten we het voor een groot deel hebben, als het om ict in onderwijs gaat!

- Onderwijsorganisatie en het ‘rooster’ met uren zus en zo belemmeren de mogelijkheden om ict uit te proberen en in te zetten. Jammer is dat!
Misschien toch eens kijken naar of we het concept ‘klas’ wat anders kunnen invullen. Want waarom moet een klas altijd bestaan uit leerlingen van dezelfde leeftijd? Waarom kan je niet een ‘klas’ rekenen hebben, waarin leerlingen op niveau samenwerken? En als je taal hebt, dat je dan weer in een andere samenstelling zit?
De reactie ‘Ja maar, wanneer zie ik mijn klas dan?’ vond ik jammer. En tekenend. Zoals docent van de minor @Bernolf mij zo goed bij viel (dank!): onderwijs gaat toch over leerlingen, en niet over het zo makkelijk mogelijk voor de leerkracht maken?

- Deel van de studenten (niet alleen die van vandaag, ook die van mijn eigen verdiepingsthema) vindt het niet erg als een docent die nog maar een paar jaar tot pensioen heeft geen ict gebruikt. Ik snap dit echt niet. Op Twitter kreeg ik een paar mooie reacties op mijn verbazing. Zo zei @dejuf: serieus? Mag je dat niet verwachten? Gelukkig mag je van de oudere arts wel verwachten dat hij zich blijft professionaliseren. En @albertlubberink zei: Realiseren studenten zich dat je met die insteek lln. tekort doet met oudere leraar? En @HvanSchie tot slot: ICT-gebruik heeft niets, met leeftijd te maken. De wil, dan wel de onwil is bepalend en dat mag nooit de leidraad zijn.

De mooiste reactie kwam echter (gelukkig!) van een student: ‘Bij invoer euro hebben we ook niet tegen ouderen gezegd dat zij wel met guldens konden blijven betalen tot hun dood’

Ik pleitte voor professionalisering via ontwerpteams, onderzoek (laten) doen naar je praktijk en vooral delen delen delen.

- Als het over ict in onderwijs gaat, valt op dat veel nadruk ligt op leerkracht en docenten, hoe en welke ict zij inzetten. En met welke programma’s zij hun leerlingen laten werken. Er is weinig aandacht voor het ontwikkelen van mediavaardigheden bij leerlingen. Hoeveel scholen werken daar bewust aan? Hebben daar eindtermen voor? Studenten gaven toe dat het op hun stagescholen niet voorkwam. Wat wél voorkwam: aardrijkskunde overslaan omdat dat toch niet in CITO zit. Zaken als om kunnen gaan met een ELO, informatie zoeken en beoordelen, dat moeten ze maar op het VO oppakken…..Ik vind eigenlijk dat elke school het verplicht is aan haar leerlingen om ze goed voorbereid naar het VO te sturen. We leren ze toch ook begrijpend lezen? Waarom hoort daar niet online begrijpend lezen bij?

- Om te laten zien hoe simpel ict inzet kan zijn, en dat de smoes ‘te weinig devices’ niet werkt, heb ik Plickers laten zien. Leerlingen stemmen met een papiertje, docent scant met app, en de antwoorden worden toch digitaal vastgelegd. Leuk en simpel.
Alleen….. Muts dat ik ben, eerst uitloggen op je laptop, en dan pas inloggen op een andere plek, want anders is er niks te zien (scannen lukt overigens wel prima dan).

Ik hoor heel graag van studenten nog reacties op vandaag.
En ik beloof morgen de padlet nog even aan te vullen :-)

Ik vond het een leuke ochtend, en als ik studenten aan het denken heb gezet, is mijn doel bereikt! :-)

Tags: ···

‘Wat zijn de beperkingen van ICT?’ ‘Dit college’

March 18, 2014 by · No Comments · ICT in Education, students, Teaching

In mijn verdiepingsthema ICT en Onderwijs voor de Radboud Docenten Academie probeer ik veel te bewerkstelligen in slechts 4 colleges. Ik probeer onderzoek en praktijk te verbinden, en tegelijkertijd tegemoet te komen aan de praktische vragen van studenten. Want het liefst willen ze ‘iets’ dat ze morgen kunnen gebruiken in hun lessen.
In college 1 inventariseer ik wensen, laat ze kennismaken met termen die regelmatig te horen zijn als het over ICT in onderwijs gaat, stem de eindopdracht (ontwerpen, implementeren en evalueren van een les met ict) af op hun wensen en mogelijkheden, en introduceer TPACK. TPACK als denkmodel, om te helpen bij het ontwerpen van hun lessen. Ik gebruik hiervoor Socrative.

In college 2 gaat het om kansen en beperkingen van ICT, en noodzakelijke condities. (Vervolgens gaan studenten na in hoeverre die op hun school en bij zichzelf aanwezig zijn. Ik daag ze vervolgens uit om tijdens hun les voor dit thema te werken aan een persoonlijke conditie die nu nog afwezig is, bijvoorbeeld bepaalde digitale vaardigheden, of student-centered onderwijs).
In college 3 gaat het over docentcompetenties, en welke interne en externe factoren een rol spelen bij de inzet van ict door docenten.
College 4 gaat over de leerling. Welke competenties hebben leerlingen (nodig), wat zijn effecten van ict op leren, enz.

College 1 wil ik volgende keer anders doen. Ben er niet tevreden over. Te weinig inhoud. Leuk, Socrative, maar ik deed er te weinig mee. Dat moet beter. Dat gaf me de inspiratie voor college 2. Laten zien waarom ik zo hamer bewust kiezen en goed nadenken. Waarom ik geen parade van tools geef. Waarom laten leren met ICT moeilijk is.

Ik liet studenten via linoit kansen en beperkingen van ICT in onderwijs inventariseren. Ik gaf geen grenzen, geen duidelijke opdracht, ik had expres pas diezelfde ochtend de studenten uitgenodigd voor de tool, de tool was nieuw en onbekend. Ik had na het verzamelen geen tijd ingeruimd om input van studenten echt te bespreken. Het verhaal wat ik daarna afstak over redenen om ict te adopteren heb ik niet gelinkt aan de eerdere opdracht. Vervolgens gaf ik de contouren voor de tussentijdse opdracht (de inventarisatie) en, om tegemoet te komen aan een wens van een student, besprak ik ‘lijstjes met tools’ waar ze inspiratie uit kunnen opdoen. En ik beloofde ze, dat het volgende college juist wél een goed voorbeeld zou worden, zodat ze zelf het verschil ook zouden ervaren.

Ik hoop dat studenten deze ervaring vertalen naar hun eigen praktijk, en ik hoop dat het mij daadwerkelijk lukt de komende 2 colleges te bereiken wat ik wil bereiken :-)

Tags: ···